Activistische merken kiezen voor Chinese slavernij

Activistische merken kiezen voor Chinese slavernij

Terwijl de schijnwerpers zijn gericht op de Spelen in Peking, ligt bij het OM in Den Haag een aangifte tegen grote kledingmerken die hun spullen in China onder dwang zouden laten vervaardigen door Oeigoeren. Laten we kritischer zijn op onze koopjes, betoog ik in de Telegraaf.

Kleding van C&A, Nike, Patagonia en State of Art zou mede gemaakt zijn met dwangarbeid door Oeigoeren. De Duitse mensenrechtenorganisatie ECCHR heeft aangifte gedaan in Nederland, in de hoop op strafrechtelijk onderzoek. In Frankrijk doet het OM al een onderzoek. Hoe kan het dat bedrijven die zich uitspreken voor gelijke rechten ook lijken te kiezen voor slavenarbeid?

Merken lijken activistisch

De naam die het meest opvalt in dit rijtje van beschuldigde bedrijven is Nike. Het bedrijf is bijzonder activistisch voor een sportkledingmerk. Zo spreekt Nike zich al langer uit voor inclusiviteit en sponsort bijvoorbeeld een zwemster in boerkini. Ook is het bedrijf al een poos verbonden aan de American Footballspeler Colin Kaepernick, die in 2016 besloot te knielen tijdens het Amerikaanse volkslied en zo een symbool werd van de Black Lives Matter-discussie.

De vraag is wat de samenwerking van Nike met Kaepernick de wereld oplevert, behalve meer omzet van Nike. Zou er een Amerikaanse racist gedacht hebben: ik heb eigenlijk niets met de rechten van mensen van kleur, maar door deze actie van Nike verander ik nu van mening? Die kans lijkt me bijzonder klein. Dat blijkt wel uit het gegeven dat Amerikaanse ouderen hun Nike-schoenen besloten te verbranden na deze actie. De jonge en progressieve doelgroep omarmde Nike juist door dit activisme. De waarde van het bedrijf groeide met vijf miljard dollar (!) na de samenwerking met Kaepernick. Zo gek is dit niet. Nike is een beursgenoteerd bedrijf. Hoe zou het aan zijn aandeelhouders uitleggen dat principes belangrijker zijn dan omzet?

Hypocriet activisme

We mogen natuurlijk teleurgesteld zijn in Nike, dat een islamitische vrouw sponsort die haar lichaam wil bedekken, maar tegelijkertijd lijkt te kiezen voor slavenarbeid door Oeigoeren (nota bene Chinese moslims). Hypocriet is het in elk geval. Maar het heeft weinig in om alleen C&A en Nike te veroordelen, want deze misstand is onderdeel van een groter probleem. Beursgenoteerde bedrijven moeten namelijk elk kwartaal groeien, dat verlangen aandeelhouders, dus worden ze verleid om ethische grenzen op te zoeken – en daar overheen te gaan.

Wie terugdenkt aan Volkswagen (de sjoemel-software) en Booking.com (dat onterecht staatssteun ontving en dat pas na commotie terugstortte) weet dat Nike geen uitzondering vormt op deze regel.

Kunnen groei en maatschappelijk verantwoord ondernemen dan niet samengaan? Vergelijk het met attractief voetbal én de prijzen winnen: juist omdat het zo uitzonderlijk is, is het zo inspirerend. De combinatie van winstgevendheid en moreel leiderschap is simpelweg eerder uitzondering dan regel. Een op de vijf kledingstukken zou gemaakt zijn onder dwangarbeid, zo wees eerder onderzoek uit. Ook merken als Adidas, Puma, The North Face, Apple, Samsung, Dell, Gap, H&M, Zara, BMW en Volkswagen werden ervan beschuldigd tot slaaf gemaakte Oeigoeren voor zich te laten werken. De kans is groot dat je wel eens iets gekocht hebt bij deze bedrijven.

Wat kunnen we als consument doen? Kritisch blijven op beursgenoteerde bedrijven. En ons steeds afvragen: worden we gelokt met mooie praatjes of proberen deze bedrijven echt een verschil in de wereld te maken?